AFSLUITING ARCHEOLOGIE

Terugblik

AFSLUITING VAN 10 JAAR ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK BIJ A2 MAASTRICHT

Geplaatst op 1 augustus 2016

Op 27 mei 2016 werd in het Regionaal Historisch Centrum Limburg het archeologisch onderzoek van A2Maastricht feestelijk afgesloten. Twee lijvige onderzoeksrapporten werden aan wethouder Van Grootheest aangeboden. Het eerste rapport is geschreven door archeologen van ADC ArcheoProjecten uit Amersfoort en gaat over de opgravingen in de Landgoederenzone, aangevuld met onderzoek uitgevoerd in de N2-Corridor. Het tweede rapport is van ARCHOL uit Leiden en beschrijft de resultaten van de archeologische opgravingen op de Cannerberg, net buiten Maastricht.  De overhandiging van de twee rapporten is het sluitstuk van een archeologisch onderzoeksproces dat in 2005 begon met een bureaustudie en dus recentelijk met twee opgravingsrapporten eindigde. In die ruim tien jaar zijn we heel veel te weten gekomen over de bewoningsgeschiedenis van Maastricht, oostelijk van de Maas en van de Cannerberg. 10 jaar onderzoek heeft ons nieuwe en boeiende inzichten gegeven in 10.000 jaar bewoning en menselijke activiteit. Het Projectbureau heeft in de afgelopen jaren het archeologisch proces op haar website gepubliceerd. Een voorbeeld hiervan is de feestelijke opening van de tentoonstelling van de mooiste vondsten in het Infocentrum op 12 april 2012. Hieronder volgt een bloemlezing over de meest bijzondere aspecten van een decennium archeologisch ‘A2-onderzoek’. 
Onderzoeken 2005 - 2015
In de bureaustudie van BAAC uit Den Bosch uit 2005 is archeologische en andere cultuurhistorische informatie uit het projectgebied verzameld en beschreven. In 2007 vond in de Landgoederenzone het eerste veldonderzoek plaats: de firma RAAP uit Weert voerde een groot aantal handboringen uit met als doel om het landschap in beeld te brengen en te kijken of en waar er archeologische vindplaatsen waren. Naar aanleiding van twee door RAAP gevonden terreindelen met vondsten werd in 2009 door ARCHOL uit Leiden een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De archeologen van ARCHOL troffen bij hun gravende onderzoek zes vindplaatsen aan. Het betrof onder meer een huisplaats uit de IJzertijd (ca. 800 – 12 v. Chr.), een veld met crematiegraven en een nederzetting (een villa terrein?) uit de Romeinse Tijd (12 v. Chr. - 450 AD) en een nederzetting uit de 12e en 13e eeuw. Verder waren er veel vuursteenvondsten wat deed vermoeden dat Mariënwaard al in het Mesolithicum (8800 – 4900 v. Chr.) of Neolithicum (5300 – 2000 v. Chr.) werd bewoond of gebruikt. De resultaten van het proefsleuvenonderzoek waren aanleiding voor de Gemeente Maastricht om het Projectbureau A2 te vragen de aangetroffen vindplaatsen op te graven.   

Met die opgravingen, die een oppervlak van 5,2 ha innamen, is ADC ArcheoProjecten eind 2010 begonnen. Het veldonderzoek heeft tot en met juni 2012 geduurd, waarna de uitwerking en rapportage gestart zijn. Tegelijk met de opgraving in Mariënwaard heeft ADC ArcheoProjecten nog enkele andere onderzoeken gedaan, waaronder een booronderzoek bij de N2, proefsleuvenonderzoek ten behoeve van de Geusseltvijver en een zogenaamde archeologische begeleiding van de aanleg van de nieuwe Kanjel en het civiele graafwerk op het Europaplein. 

De wettelijke natuurcompensatie vond buiten het A2 Tracé plaats en wel op de Cannerberg, waar het bestaande Millenniumbos kon worden uitgebreid. Om de bomen te kunnen planten moest het terrein onderzocht worden op het voorkomen van archeologische vindplaatsen …. en mogelijk niet- gesprongen bommen, granaten en ander oorlogstuig! Beiden onderzoeken zijn gecombineerd uitgevoerd om het risico van een ontploffing en het verloren gaan van archeologische waarden zo klein mogelijk te maken.  
Een jager - verzamelaar in Mariënwaard
Ongeveer 10.000 jaar geleden bracht een jager-verzamelaar enkele dagen door op een plek vlakbij waar nu de Meerssenerweg ligt. In een periode die archeologen het Mesolithicum noemen, de Midden Steentijd, waren alleen (vuur)steen, botten en geweien voor handen voor het maken van gereedschap. De Mesolithische mens leefde van het land en trok rond, zonder vaste woonplaats. Jagen, vissen en het verzamelen van bijvoorbeeld hazelnoten en fruit waren zijn middelen van bestaan. Het boerenbestaan met een vaste woonplaats, de productie van granen en het maken van brood, bestond in ons land nog niet. Ook de techniek van het maken van aardewerk kende de Mesolithische mens niet. 

Tijdens de opgraving stuitten de archeologen van ADC ArcheoProjecten op een grote hoeveelheid vuursteen die op basis van het voorkomen van heel kleine gereedschappen (microlieten) al snel in het Mesolithicum werden geplaatst. Hoe groot de vindplaats was en of deze nog intact was, was niet bekend. Daartoe groeven de archeologen vakjes van 50 x 50 x 5 cm op en zeefden die monsters met een zeefinstallatie. Wat er na het nat zeven overbleef, werd door specialisten nauwkeurig bekeken. Zo werd een vindplaats van ongeveer 5 bij 5 m in kaart gebracht, waarbinnen bijna 1000 vuurstenen werden gevonden. Een plaats waar lang geleden een vroege Limburger zijn gereedschap voor de jacht maakte: pijlpuntjes of spitsen die op een lange pijlstok werden gezet. Waarschijnlijk verbleef de man maar een nachtje in zijn jachtkampje om vervolgens weer verder te trekken. De kenmerken van de kleine spitsen en klingen en een ouderdomsbepaling van bot maakte de datering nog preciezer: ca. 7885 – 7600 v. Chr.: het staartje van het Vroege Mesolithicum.  

De ontdekking van het Mesolithische jachtkampje was bijzonder. Er zijn weinig tot geen vindplaatsen uit die periode bekend van de omgeving van Maastricht. Bij toeval en door een oplettende archeoloog kon er een bijzonder en heel oud puzzelstukje aan de bewoningsgeschiedenis van Maastricht worden toegevoegd. 
Een boerendorpje op de Cannerberg
Bij het archeologisch proefsleuvenonderzoek op de Cannerberg troffen de archeologen van ARCHOL sporen en vondsten aan die direct wezen op een nederzetting uit de Lineaire Band Keramik (LBK). De mensen van deze LBK cultuur waren de allereerste boeren in Europa. Het zijn de LBK boeren die de kunst van de landbouw, het maken van aardewerk en het bouwen van huizen naar Nederland brachten, ongeveer 5300 v. Chr. In Zuid Limburg aangekomen kwam deze Neolithische mens in aanraking met de jagers en verzamelaars die we tot het Mesolithicum rekenen. Hoe de contacten tussen deze bevolkingsgroepen precies zijn verlopen, is een van de meest boeiende onderwerpen van de Nederlandse archeologie. We weten het simpelweg niet. De opgraving, waaraan veel vrijwilligers meewerkten, leverde mooie voorwerpen op van vuursteen, natuursteen en prachtig versierd aardewerk. Het dorpje, dat in feite als de vroegste voorloper van Maastricht kan worden gezien, is waarschijnlijk door 60 tot 80 mensen bewoond geweest. De vindplaats op de Cannerberg was ideaal om de ontwikkeling van de erven te bestuderen. Er bleken ongeveer 30 huizen te zijn geweest waarvan er altijd ongeveer vijf tegelijk bewoond waren. Na ongeveer een generatie, werd een nieuw huis gebouwd vlakbij het oude. Er kon precies in beeld gebracht worden hoe het dorpje en zijn erven zicht ontwikkelde in de tijd! Daarnaast kon op basis van de vele duizenden vuurstenen artefacten worden geconcludeerd dat de dorpsbewoners meer gereedschap maakten dan ze zelf nodig hadden voor dagelijks gebruik. Met andere woorden, ze verhandelden gereedschap en ruilden hun producten met andere LBK-ers. Hoe ver die prille economie reikte en welke producten ze importeerden weten we helaas niet. Na 100 jaar vertrokken de bewoners. Waarom en waarnaar toe, we weten het niet. Pas in de IJzertijd, 4000 jaar later, keerden er mensen terug op deze prachtig gelegen locatie. Een bijzondere vondst uit die tijd was een rij met 15 complete stenen weefgewichten. De archeologen denken dat hier een klein atelier met een weefgetouw heeft gestaan. Een alternatieve verklaring is dat de weefgewichten als een soort ritueel zijn begraven. Misschien wel als teken van het verlaten van de nederzetting. Wie zal het zeggen? 
Fort De Jeker  
Was de Mesolithische vuursteenvindplaats bij de Meerssenerweg een toevalsvondst tijdens de opgraving aldaar, bij de uitwerking en rapportage van de opgraving op de Cannerberg deden de archeologen van ARCHOL een bijzondere ontdekking. Al turend naar hoogtebeelden en luchtfoto’s ontdekten zij de restanten van gegraven verdedigingswerken. Dit nadat bij de opgraving diverse greppels waren gevonden die niet eer oud konden zijn. De locatie hiervan kwam overeen met een kaart uit 1632 waarop de fortificaties van Fort de Jeker waren getekend. Fort de Jeker is door ongeveer 10.000 man van Prins Frederik Hendrik gebouwd (in vijf dagen!) ten behoeve van de bevrijding van Maastricht, bezet door de Spanjaarden. Een prachtige bijvangst dus! Een opgraving van een van de oudste dorpjes van Nederland bracht zeer zeldzame tastbare restanten aan het licht van de 80-jarige oorlog. 
Tot slot
Het archeologisch onderzoek voor A2 Maastricht leverde in veel opzichten een enorme hoeveelheid nieuwe kennis op. Al is er weliswaar geen geen onderzoek bij de tunnel zelf geweest omdat de verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen daar erg klein was. De onderzoeken in de Landgoederenzone, op de Cannerberg en hier en daar in de N2-corridor hebben vondsten, sporen en structuren van Mesolithicum tot en met de Tweede Wereldoorlog opgeleverd. Een vrijwel continu verhaal van jagers - verzamelaars die door het rijke landschap struinden, de allereerste dorpelingen, mensen uit de Bronstijd, IJzertijd en niet te vergeten de Romeinse Tijd. In Mariënwaard zijn aanwijzingen gevonden voor een pleisterplaats uit de 1e eeuw, waar reizigers over de Romeinse weg hun paarden konden laten drinken en zelf konden rusten. Een bijzonder verhaal is ook de Romeinse zandstenen zuil voor de god Jupiter, die gevonden is in een vroegmiddeleeuwse nederzetting. Hier werd de zuil als slijpsteen voor het gereedschap, enkele honderden jaren later. Een steen met een verhaal. Net als de vele vondsten die het onderzoek heeft opgeleverd.      

De archeologen en aardwetenschappers betrokken bij het onderzoek deden vondsten op plaatsen waar we ze niet verwachtten. Ze kregen inzicht in het ontstaan van het landschap, met name de geschiedenis van de Heuchemse Maas: een 10.000 jaar oude restgeul van de Maas die langzaam aan buiten gebruik raakten en alleen bij hoogwater als overstroomgebied dienst deed. Het leverde een gevarieerd stukje rivierenlandschap op, waar het naar blijkt vele millennia goed toeven was. Tot op de dag van vandaag.

René Isarin
Archeoloog