ZÜBLIN

Sleufgrijper Sleufgrijper

Controleren en meten

Via de zogenaamde Observational Method houden we alle bewegingen in en om de bouwkuip continu in de gaten.

BENTONIETVERLIES TIJDENS GRAVEN

Geplaatst op 19 augustus 2013

Sinds begin juli is firma Züblin ook op het middenstuk van het tunneltracé, langs de President Rooseveltlaan, aan de slag met het graafwerk voor de bouwkuipwanden. Na ongeveer 2 kilometer aan gemaakte bouwkuip bijna een routineklus, zou je zeggen. Toch komen de bouwvakkers af en toe onverwachte of afwijkende situaties tegen die om extra alertheid vragen.

Tussen het bestaande bouwterrein Geusselt-Zuid en de wanden-dakconstructie bij de ANWB-flat is de eerste stap uit het bouwproces van de tunnel - het maken van de bouwkuip - in volle gang. Ook hier graaft Züblin eerst sleuven, om er vervolgens één voor één de damwandplanken in af te hangen. Tijdens het graven wordt de sleuf gevuld met een steunvloeistof, het zogenaamde cement-bentoniet. Dit mengsel zorgt ervoor dat de sleuf tijdens het graven goed open blijft staan en niet in elkaar zakt.

Wegstromen van bentoniet
Ondanks de ruime ervaring met het maken van de cement-bentonietsleuven en het goede verloop daarvan tot nu toe, zijn de uitvoerders steeds alert op afwijkend gedrag van de ondergrond - die vooraf uitgebreid in kaart is gebracht. Zo gebeurde er onlangs iets bijzonders bij het graven van een sleuf voor een compartimenteringsscherm* ter hoogte van de laatste flat aan de oostzijde van de N2 (het zogenaamde blok 8). Hier stroomde de steunvloeistof plotseling in een grote hoeveelheid naar beneden, in de diepere kalksteenlaag. Omdat de sleuf in zo’n geval niet meer wordt gesteund door het cement-bentoniet, kan de sleuf instabiel worden. Als voorziene tegenactie is de sleuf direct weer dicht gegooid met de eerder uitgegraven grond. Daarmee bleef de veiligheid voor bouwers én omgeving gegarandeerd.

*dit zijn tussenschermen die de bouwkuip in delen opsplitsen. De sleuf bevond zich dan ook in het midden van het werkterrein.

In holle ruimtes
Uit onderzoek en ervaringen uit het verleden weten we dat er in de ondergrond holten aanwezig kunnen zijn. Deze holten noemen we ook wel karsten. Tijdens de uitvoering van A2 Maastricht zijn we ze al eerder tegenkomen, bijvoorbeeld bij de bouw van het viaduct A2 Beatrixhaven bij Kruisdonk. In die zin vormen ze geen verrassing. Voor het gebied rondom de Voltastraat weten we bovendien dat hier een mindere kwaliteit mergel in de ondergrond zit, die de kans op aanwezigheid van holle ruimtes en scheuren vergroot. Daarom valt de aanleg van deze tunnelmoten ook onder het zogenaamde Observational Method-regime. Dit houdt in dat we alle bewegingen in en van de bouwkuip continu in de gaten houden. Bij een overschrijding van een vooraf ingestelde waarde gaat er automatisch een sms’je naar verschillende telefoons. Hierdoor kunnen we tijdig maatregelen treffen.

Meten is weten
Na dit voorval is nader onderzoek gedaan. Wie de uitvoering ter plaatse heeft gevolgd, heeft daarvoor wellicht een ‘vreemde’ machine aan het werk gezien. Een grote boor, die lijkt op de machine die we op dit project eerder gebruikten voor het boren van ankers. Alleen dit keer voor een ander doel. Namelijk om meer te weten te komen over de bodemgesteldheid op de betreffende locatie. De resultaten daarvan bevestigen het vooronderzoek dat hier lokaal slechte plekken in de diepe ondergrond aanwezig zijn.

Extra maatregelen
Aan de voorzijde van blok 8 wordt weer gewoon doorgewerkt. Wel met tussentijdse onderbrekingen en extra aandacht. Zo worden stalen dozen gebruikt om de bovenzijde van de sleuf nog eens te versterken en is extra graafmaterieel en zand aangevoerd om in geval van het wegstromen van bentoniet versneld de gegraven sleuf aan te vullen. Op deze manier kan het werk op een veilige en verantwoorde manier worden voortgezet.