DEZE STAD

Een tunnelballade

Beluister de tunnelballade hier

'DEZE STAD', EEN TUNNELBALLADE

Geplaatst op 13 juni 2016

De A2-tunnel is nog niet klaar, maar toch wordt hij al bezongen in een heuse tunnelballade. Deze ballade werd voor het eerst opgevoerd in 2014, toen er in de Tapijnkazerne een expositie van kunst geïnspireerd door de tunnelwerkzaamheden plaatsvond. De band 10¢ Trinkets luisterde de opening van de expo op met het nummer ‘Deze Stad’, een ballade over de A2-tunnel. En tijdens de bijeenkomst in de Lourdeskerk eind mei, bracht de band het nummer nogmaals ten gehore. Pim Tabak zingt, speelt keyboard en accordeon bij de band. Zij vertelt wat haar inspireerde dit lied te componeren. 

“Afbraak en opbouw, een staat van verandering, daar houd ik van. Het is bevrijdend, abstract, ogenschijnlijk chaotisch maar met heel veel structuur. En niet ‘af’, zodat er veel te bedenken valt. Tegen deze achtergrond, op het moment dat de ondertunneling van Maastricht, eind 2013, in volle gang was heb ik ‘Deze Stad’ geschreven. 

De aanleg van de tunnel brengt verbondenheid in mijn leefomgeving. Iedereen heeft er op de een of andere manier mee te maken, dat schept een band. Het is net of alles een beetje wakker geschud wordt. Bovendien is het een vriend, die tunnel in wording, een metgezel die belangrijke gebeurtenissen in mijn leven flankeert, die ik dagelijks tref, en waar ik ’s nachts naar luister, op afstand.” 

De 10¢ Trinkets is een vijfkoppige formatie met Maastricht als basis. Ze sepelen een mengeling van folk en americana met focus op meerstemmige zang en akoestische multi-instrumentale begeleiding. ‘10¢ Trinkets’ betekent ‘kleine snuisterijen’, en verwijst naar de liedjes die het repertoire van de band vormen.

De band bestaat naast Pim Tabak uit Joep Muijs (gitaar, zang), Wim van der Zanden (gitaar, mandoline, mondharmonica en zang), Huub Verheijden (contrabas, dobro, banjo en zang) en Wim Riedel (drums). 
De volledige tekst:
“deze Stad” 
tunnelballade, Pim Tabak 2013

ze larderen mijn stad, graven een gat 
tussen toekomst en zo als het was
de aarde ligt open de ribbenkast bloot 
en het tocht in het benige lijf
waar het Maasdal voorzichtig de adem inhoudt, 
de massa zich voegt in de rij
vlot het graven, de moten, 
met horten en stoten
komt zuid, komt noord
naderbij

deze stad, met handen gevormd uit water en klei
zo als het was, zo als het ooit is begonnen
met water en klei wordt de damwand gestut, 
een weg voor ‘t kunstwerk gebaand
over een brug en onder een duiker
een tunnel, de tunnel
erdoorheen

refrein:
neem een voorbeeld aan het water
laat je leiden door het spoor
verdwijn in de omhelzing
van de stad, deze stad, laat je door

stil de stad, stil de nacht, oorverdovend gedruis
hijsen, stampen, ankers, storten, horten, stoten,
als de aarde zich sluit, het litteken heelt, 
groeit er een paradijs
deze weg. . . . . . . . .een stippellijn, 
gaat weg en geruisloos
voorbij

refrein

rood, aan rood droomt de avondspits, 
aan een loper van stempels voorbij
deze stad, te groot voor de weg naar de zon, 
de poort naar Europa te klein
in naam van de Koning wijs ik de weg
ik omhels, en ik blijf
ik ga door

refrein